Een voedingsetiket lijkt ingewikkeld, maar om af te vallen zijn vier blikken genoeg. Met wat oefening doe je het in 20 seconden in het gangpad van de supermarkt.
1. De portie
Alle getallen gelden voor de opgegeven portie, niet voor de hele verpakking. Een pak koekjes kan "130 kcal" vermelden voor 4 koekjes. Eet je het hele pak, dan moet je vermenigvuldigen.
2. De calorieën per portie
Vergelijk ze met je dagbudget. Een tussendoortje van 400 kcal is bijna een maaltijd als je 1.500 kcal per dag hebt.
3. Suiker en vet
- Toegevoegde suikers: hoe minder, hoe beter. Veel yoghurts, ontbijtgranen en "fit"-repen bevatten er flink wat.
- Verzadigd vet en zout: hoge waarden zitten vaak in chips, vleeswaren en diepvriesmaaltijden.
4. De ingrediëntenlijst
Ingrediënten staan op volgorde van hoeveelheid. Staan suiker, siroop of olie bij de eerste drie, dan bestaat het product daar vooral uit. En een heel lange lijst met namen die je thuis nooit zou gebruiken, wijst meestal op een ultrabewerkt product.
Let op de woorden op de voorkant
"Volkoren", "fit", "light" en "zero" op de voorkant garanderen niets. "Light" kan minder vet en meer suiker betekenen. Het etiket op de achterkant vertelt de waarheid.
Deze inhoud is informatief en vervangt geen advies van een arts of diëtist.